Tanzania: de mooiste reis van mijn leven
Weet je nog de paniek die ik in mijn hoofd had voor ik op vakantie ging naar Tanzania? De angst dat mijn visum niet goedgekeurd zou worden. En dat ik op Schiphol nog allerlei dingen zou moeten regelen? Goddank was daar uiteindelijk geen sprake van, want mijn visum werd goedgekeurd. De opluchting die door me heen ging, oef!
Dat ik bang was dat mijn paspoort voor vragen zou zorgen omdat ik 40 kilo kwijt ben? Ook geen sprake van. Ik geloof niet dat iemand er een tweede blik op geworpen heeft. Sterker nog, met de marechaussee op Schiphol hebben we juist hard staan lachen omdat mijn printer de kopie van het rijbewijs van de vader van mijn meiden – dat je samen met een toestemmingsformulier nodig hebt als je met je kinderen naar het buitenland wilt – nogal enthousiast op A4-formaat had uitgeprint in plaats van op het normale. De meiden kregen er de slappe lach van. De marechaussee kon het ook waarderen 😉
Maar goed, we waren op tijd. Belandden in het vliegtuig en op dat moment viel er een last van mijn schouders.
Va.kan.tie.
Nou, ik kan je vertellen: dat gevoel duurde niet bijster lang. Want na een lange nachtvlucht met amper slaap, géén medicatie omdat het veel te veel gedoe is om zo’n stomme verklaring te krijgen dat je geen drugs smokkelt maar gewoon ADHD hebt, was ik al aardig overprikkeld bij aankomst in het hotel. Gooi daarbij op dat we om 10 uur in het hotel waren, de kamer pas om 15 uur beschikbaar was en dat we dus best lang moesten wachten, er werd verbouwd in het hotel en ik binnen een kwartier strontchagrijnig was, door het constante gedril en geboor. En alsof ik niet al genoeg overprikkeld was, ging mijn koffer dus niet open. Met geen mogelijkheid. Terwijl ik zéker weten de juiste code had. Ik had er zelfs een foto van gemaakt thuis. Ik ken mezelf . Dus ja. Openbreken maar dan. Want ik wilde maar één ding: mijn bikini aan en op het strand wachten tot het 15 uur werd. Met een slag en een stoot gelukt dus zullen we maar zeggen. Gezellig is anders, maar ja.
Lag ik hoor. Totaal overprikkeld. Kapotmoe. Maar hé. Op Zanzibar!! Turquoise water, wit zand onder de voetjes. Wie maakt me wat?
We hebben echt genoten de eerste dagen. Ik had de meiden verantwoordelijk gemaakt voor het activiteitenprogramma op Zanzibar. Moest zelf vooraf al zoveel regelen, dat ik dus echt geen zin had om me hier ook nog mee bezig te houden. Ze zijn oud genoeg om dat uit te zoeken. Zo gezegd, zo gedaan. Anouk had op TikTok allerlei toffe locaties opgezocht en samen met grote vriend ChatGPT uitgezocht wat we konden doen en hoeveel het dan zou kosten. Top! Meiden blij, mama blij.
We hebben gedanst op het strand bij Kae Funk Sunset Beach Bar, waar ik de mooiste schelpen vond om mee te nemen naar huis. De meiden hadden samen plezier op het strand en werden bedolven onder de aandacht van de Maasai-jongens die er rond liepen. Dat zelfs mijn elfjarige om haar telefoonnummer werd gevraagd vond ik wel shocking. Het is maar goed dat ik dat achteraf pas hoorde…
Ik vermaakte me met een stel uit Ierland, met wie ik gezellig een cocktail dronk. Het tripje met de boot vanaf ons hotel en later weer terug was ook een succes. Of Captain Morgan (ja echt!) het ook zo leuk vond, weet ik niet, want hij kreeg ongevraagd een niet geheel zuiver gezongen Brooklyn – Bruno Mars-show van Emma en Anouk. Ik heb me in elk geval kostelijk vermaakt.
De dag erna gingen we de hele dag op pad, onder andere om een fotoshoot te doen bij zonsondergang. De dag begon bij Mnemba Island. Wel grappig. Want: ga naar Zanzibar zeggen ze. Zon gegarandeerd zeggen ze. Nou…. we krégen me toch een bui over ons heen!! We gingen met een bootje naar Mnemba Island, maar waren binnen een paar minuten doorweekt. Verkleumd. Maar dat mocht de pret niet drukken. We hebben gesnorkeld en de vissen die ik vroeger altijd bij mijn vader in het aquarium zag, heb ik nu in het echt gezien.
Nat waren we dus al, verkleumd ook en Anouk werd ook nog eens beroerd op de boot dus die had het prima naar haar zin. Not. We gingen door op zoek naar dolfijnen. Daar konden we dan mee zwemmen. Nou, dat werd eerder een jacht op dolfijnen. Ik weet niet hoeveel boten om een kleine school dolfijnen. We vonden het alle drie gewoon zielig… dus hebben we ons terug laten varen. Inmiddels was het gelukkig droog, dus konden we weer wat opwarmen. Door naar de volgende stap, een natuuraquarium.
Dat was wel echt bijzonder. We hebben er schildpadden gevoerd. Emma en ik dan. Anouk zag dat niet helemaal zitten. Naast dat natuuraquarium waren er ook andere dieren, waaronder schildpadden en aapjes. Best een leuke ervaring, moet ik zeggen.
Daarna door naar de droombestemming van Anouk: Kendwa Beach. Anouk had op TikTok gezien dat daar prachtige foto’s gemaakt werden en om die reden had ik mijn spiegelreflexcamera ook meegenomen. En we hebben inderdaad prachtige plaatjes geschoten.
De meiden mochten op Zanzibar ook allebei iets kiezen dat ze graag wilden doen. Anouk koos voor jetskiën. Zonder enig beleid ging ze meteen los. Dat ging in het begin al bijna fout, en dat leverde uiteindelijk bijna een ruzie op met een niet-zo-leuke dame uit Polen. Maar dan wordt de tijgerin in mij wakker, kom niet aan mijn kinderen! Dus na een korte maar hevige discussie was ik snel klaar met de dame. Die maar bleef foeteren. Echt. Zucht. Anouk had minstens vijftienkeer sorry gezegd. Typisch gevalletje van iemand die vergeten is dat ze zelf ook jong geweest is. Pffff.
Ik mocht zelf ook nog even op de jetski sturen. Toch maar even laten zien hoe je met beleid plankgas gaat op zo’n ding. Baddie was ik volgens de puber. Beter dan bro of boomer dus ik teken ervoor.
Emma’s uitje was paardrijden op het strand. En zelfs in het water. Die grote glimlach op haar gezicht, Mastercard-reclame waardig hoor. Sowieso. Als je je kinderen zó ziet genieten, dan geniet je als moeder zelf net zo hard mee.
Voor mij kwam het echte genieten de dag na Kendwa Beach. Met één dagje vertraging, vanwege een druk zomerprogramma denk ik, gingen we ein-de-lijk door naar mijn favoriete onderdeel van de reis. Dé reden waarom ik deze vakantie geboekt heb.
Safari.
Nou, wat was dit toch fantastisch! Ik denk niet dat ik het ooit in mijn leven nog fijn ga vinden om een olifant of een giraffe in een dierentuin te zien. Want als je ze rond hebt zien lopen op de vlakten van de Serengeti, of in de wereldberoemde Ngorongorokrater, is een dierentuin toch eigenlijk een verschrikking.
Er kan gewoon niets op tegen een olifant zien in het wild. Of een giraffe die aan de hoogste toppen van een boom staat te eten. Een troep leeuwen die een wrattenzwijn verorberen. Een moedercheeta die zich met haar pups opmaakt om een zebra aan te vallen. We hebben dat net gemist trouwens, tot grote blijdschap van Anouk. Emma en ik vonden het jammer. Hadden we wel graag willen zien!
Majestueus.
Ik heb er gewoon geen ander woord voor.
Het was zo bijzonder. Zó mooi.
En ja, het was heus ook niet altijd rozengeur en maneschijn, met een puberdochter die weigerde te eten wat ze voorgeschoteld kreeg, ik die daar niet tegen kon, de andere dochter die ook ruzie ging maken…
Het was top.
Maar goed, we blijven gewoon mensen met z’n allen, denk ik dan maar. Op dat moment zelf niet trouwens. Toen schaamde ik me vooral kapot.
Maar nu ik weer thuis ben en terugkijk op deze prachtige reis, besef ik vooral hoe bijzonder het is dat ik dit heb mogen doen met mijn meiden.
En ik heb ook een paar keer een traantje weggepinkt, omdat ik deze reis kon maken dankzij mijn moeder en een deel van haar erfenis. Dat gevoel had ik op Zanzibar, en op de Serengeti nog een keer. Dat je onder een paar bomen midden in Afrika een picknick-lunch hebt. Om je heen kijkt en beseft: dit is door haar dat ik dit kan doen. Dankbaar, maar ook een beetje verdrietig.
Ik geloof trouwens dat ik maar eens een abonnement ga nemen op de Staatsloterij of zo. Want ik weet nu al dat ik terug wil.
Ik wil écht terug.
Maar dan voor een reis met iets meer tijd. Want we hebben een safari gedaan van 4,5 dag en gingen elke dag naar een andere locatie. Met een gamedrive. Dat betekent dat we elke middag rond vijf, zes uur aankwamen op de locatie en de volgende ochtend alweer heel vroeg moesten vertrekken. En omdat de zon al om 18.30 uur onderging, was er soms eigenlijk amper genoeg tijd om te genieten van de prachtige plekken waar we waren.
Bijvoorbeeld Lake Natron. Een heel bijzondere plek vanwege de flamingo’s. We kwamen er vlak voor zonsondergang aan. Adembenemend mooi. Ik heb genoten van de zonsondergang. En ik heb er de volgende ochtend met een kop koffie in mijn hand de zon weer zien opkomen. Magisch.
We hebben op plekken geslapen die zó mooi waren. Zoals een eigen huisje, dat gebaseerd was op een boma van de Masai. Waar de zebra’s gewoon los rondliepen. En mijn favoriet: in een safaritent in Ndutu Lodge die ik bewust open had gelaten ’s nachts, omdat ik hoopte dat ik de zon zou zien opkomen. Helaas moesten we al vroeg weg, dus dat lukte niet. Ik hoorde trouwens dat er die nacht hyena’s tussen de tenten door hadden geslopen. Niks van gehoord, want ik slaap met oordoppen in. Gelukkig.
Wat me het meest is bijgebleven tijdens de safari? De rust. De wijdse vlakten van de Serengeti.
Olifanten. Ontelbaar veel zebra’s en gazellen. Gnoes, die ik vanaf nu wildebeest ga noemen zoals ze in Afrika genoemd worden. Klinkt veel beter toch?
Nijlpaarden. Flamingo’s. Kraanvogels. De neushoorns.
En de leeuwen. Vooral de leeuwen.
Oh, en plastic. Op de mooiste plekken van de wereld liggen overal lege plastic flesjes. Je zou haast willen dat die troep nooit uitgevonden was. Ik werd er gewoon verdrietig van. Gelukkig niet in de Serengeti of de Ngorongoro. Maar daarbuiten… verschrikkelijk.
Maar al met al: het was magisch. Het was écht magisch. Dat ik dit met de meiden heb mogen doen. Dat was het allermooiste.
En ik wil echt terug.


