Ik haat single zijn. Maar echt. Ik ben er jarenlang oké mee geweest en vond mijn vrije leventje helemaal prima. Heb na de laatste keer grof bedonderd te zijn meermaals hardop gezegd dat mijn hart voor altijd op slot ging. Als het zó moest, dan maar niet. Fuck it. Maar hoe langer ik single ben – en in mijn geval is dat láng – hoe meer ik het ga haten.
Dat ik overal alleen voor sta. Alles altijd zélf moet regelen. Dat er niemand is om het even van me over te nemen op een dag dat ik me kut voel. Geen arm om me heen als ik het nodig heb. Me onvoorwaardelijk steunt, iemand bij wie ik altijd mezelf kan zijn. En die van me houdt zoals ik ben. Die mijn ADHD en bijbehorende gebruiksaanwijzing een beetje snapt en niet tegen me gebruikt.
De oplossing is simpel zou je denken: daten. Maar als er iets is wat ik bijna net zo grondig haat als chronisch single zijn, dan is het wel daten. Ik word doodmoe van al die oppervlakkige kennismakingsgesprekjes op datingapps. En als die fase goddank achter de rug is, dan komt de volgende “leuke” fase, die van afspreken. Dat gaat bij mij ongeveer zo:
Binnen een nanoseconde weet ik of ik iemand leuk vind. Zo werkt mijn brein met álles, en dus ook met mannen. Ik vind iemand meteen leuk, of niet. En als het “niet” is, dan kan ik nog steeds een gezellige date hebben hoor, maar meer dan dat gaat er never nooit van komen.
Op naar de volgende hobbel voor mijn ADHD hoofd als mijn date de nanoseconde-test doorstaat. Want als ik iemand wél leuk vind, ha! Dan mag ik oppassen. Want als ik niet uitkijk, dan ga ik hyperfocussen. Wordt hij mijn nieuwe hobby. En wil ik álles over hem weten en kan ik (als ik niet werken moet tenminste) oprecht de hele dag door wel appen, videobellen, you name it. Leuk!! Dopamineeeeeeeee! Maar ja. Ik weet heus wel dat het voor mijn crush een tikkeltje overdreven kan overkomen. Dus…. Ik hou me in.
De laatste keer dat me dat overkwam, dacht ik slim te zijn door van tevoren te vragen hoeveel app-contact hij wilde tussen dates door. Want hé, dan heeft mijn brein heldere kaders waar ik dan braaf binnen blijf. “Oh, app maar gewoon hoor, vind ik alleen maar gezellig.” Dat hoef je me geen tweede keer te zeggen natuurlijk!

“Ik heb geen behoefte aan zoveel app contact.” Uhhhh. Error. Ik had het toch gevraagd?!
Ik weet dat ik door mijn ADHD meer dan gemiddeld duidelijkheid nodig heb. Rustig afwachten, dat kan ik niet. Ik wil weten waar ik aan toe ben. Nu. Vind je me leuk? Ja? Zie je het groeien naar meer? Top! Dat het daarna dan rustiger gaat, is helemaal prima. Want ik heb die stip op de horizon. Alleen wil ik die stip dus véél te snel zetten voor neurotypische mannen. Om gek van te worden. Voor hen ook trouwens, dat snap ik best.
Mijn brein staat standaard op standje Ferrari. Ik vind iemand dus leuk of niet. Geen tussenweg. En vind ik hem écht leuk, dan heeft mijn hoofd na date twee al een hele toekomst bedacht, omdat hij de aller aller allerleukste man éver is. Limerence pur sang natuurlijk. Ik geloof dat die man me helemaal voor gek zou verklaren als hij zou weten wat voor circus er in mijn hoofd rond gaat terwijl we elkaar amper kennen. Na twee dates kun je natuurlijk helemaal niet weten of iemand echt bij je past. Maar mijn brein is in elk geval al helemaal voor de bijl!
Weet je wat oooook zo irritant is bij daten als je ADHD hebt? Patroonherkenning. Als er ook maar iets in het patroon verandert, dan merk ik dat. Hadden we voor een date elke dag contact en na de date opeens niet meer? Error. Vertelde hij eerder altijd wat hij aan het doen was en stopt dat zonder enige vorm van uitleg? Error. En dat is dus voer voor mijn brein, dat in overdrive gaat. Wat is er aan de hand? Waarom gaat het opeens anders? Wat heb ik verkeerd gedaan? Was ik weer eens té? Te veel, te weinig, te druk, te snel?
Maar gelukkig heb ik mijn vriendinnen om op me in te praten. Die me aan de grond houden en zeggen dat de Ferrari op de oprit moet blijven. Die me er fijntjes op wijzen dat ik me niet zoveel moet aanpassen aan wat de ander wil, maar moet letten op hoe het voor mij voelt. Dat ik vaker mijn mond moet opentrekken en moet zeggen wat ik vind. Dat het oké is om aan te geven dat ik méér dan gemiddeld duidelijkheid nodig heb.
En ja, hand in eigen boezem, ik jaag er dus ook mannen mee weg. Met die hyperfocus, dat standje Ferrari en te snel duidelijkheid willen. Want die Ferrari in mij wil maar één ding: vol gas het circuit op. Geen opwarmronde. Meteen plankgas.
Na het zoveelste rondje daten zonder succes heb ik dan ook altijd de neiging om die wens voor een vaste relatie maar weer op te geven. Te vaak koos ik dan de makkelijke weg, die van friends with benefits. Ik ben namelijk ontzettend goed in de angst laten regeren. Want dat hart moest en zou op slot blijven… Never nooit meer kapot gaan door een man. Maar – heel eerlijk – friends with benefits, dat kan ik helemaal niet joh. Want ook voor een oppervlakkig iets moet ik iemand leuk vinden. Die klik voelen. Iemand willen. En dan gebeurt natuuuurlijk het onvermijdelijke: ik hecht me aan iemand die alleen seks wil.
Ik word doodongelukkig als dingen oppervlakkig blijven. Ik wil de diepte in, je leren kennen buiten de slaapkamer. Open, eerlijk, alle kanten. Rauw. Puur. En vooral: ik wil ook gezien worden als de vrouw die ik ben. Niet alleen maar welkom zijn voor de benefits, een drankje achteraf en weer toedeledokie.
Maar ja, daar ging ik dus weer hè, die bietenbrug op, een tijdje geleden. Ik ontmoette iemand met het idee van friends with benefits. Maar na date één bleek wel dat de wederzijdse aantrekkingskracht wel héél erg sterk was. En die deur naar mijn hart die ik eerder angstvallig op slot hield, ging na date drie al op een kiertje. En na date vier (3 maanden en ontelbaar veel uren appen en videobellen later, niet 3 weken, zó snel rijdt die Ferrari nou ook weer niet) voelde ik me zó veilig, zó gezien, dat hij die muur van beton met een paar klappen heel makkelijk omver mepte. Gewoon geen houden meer aan. Fucking kwetsbaar en doodeng. Maar zonder nadenken alle remmen los en op een presenteerblaadje dat hart van mij!
Het is vrij uitzonderlijk om bij iemand écht mezelf te mogen zijn, die mijn emoties niet verschrikkelijk vindt maar zegt dat ik dan mijn echte ik laat zien en daar juist naar op zoek gaat. Die dwars door me heen kijkt en me spiegels voorhoudt. Maar vooral: bij wie ik rustig word. Bij wie ik het gevoel krijg dat ik los mag laten, in zijn armen mag kruipen en dat ik en mijn kwetsbare hart bij hem veilig zijn.
Maar juist hij, bij wie alles zó goed voelt, bij wie ik vol die hyperfocus in zou kunnen schieten omdat alles klopt, heeft zijn eigen hart op slot “voor iedereen op deze wijze”. En ik weet dat ik los zou moeten laten, maar ik kan het niet. En ja, misschien praat die limerence daar ook deels doorheen. Maar dat maakt het gevoel niet minder echt. Ik wil helemaal niet los en neem voor nu genoegen met wat ik wél krijg. Want wat er wél is, is nog altijd meer dan niets…
… insert plot twist …
Blijkbaar zat zijn hart dus niet volledig op slot voor iedereen, maar alleen voor mij. Want daar kwam op mijn vraag om agenda’s te matchen totally out of the blue de volgende reactie: “het daten begint serieus te worden dus ik moet (te verleidelijk) op die wijze afstand nemen.”
Au.
Wat een fucking shitshow dit weer. Want hoe leg ik mijn brein uit dat iemand die je blijft opzoeken, die jou net zo min kon loslaten als jij hem, intimiteit met je deelt, diepe verbinding voelt en bij wie je juist welkom bent zonder maskers en met al je intense ADHD-emoties…
…ondertussen voor een ander zijn hart wél opent en zijn toekomst ergens anders ziet ontstaan?!
Geen wonder dat ik bleef hopen. Geen wonder dat ik dacht dat tijd misschien het verschil zou maken. Want als iemand je keer op keer weer dichterbij laat komen, de connectie elke keer dieper, ga je vanzelf geloven dat dat iets betekent. Dat zijn hart net als het mijne op den duur open zou gaan…
Ik ga even heel hard in een hoekje zitten huilen nu, want dat hart van mij is weer eens in gruzelementen. En mezelf daarna over een tijdje weer bij elkaar rapen. Heb het vaker gedaan tenslotte zullen we maar zeggen.
Dan met de moed der wanhoop weer die kloterige datingmolen in. Met de belangrijke les die ik nu leer in mijn achterhoofd: ik wil dan alleen maar daten met iemand die óók op zoek is naar een vaste relatie. Geen constructies meer die voor mijn ADHD-brein niet werken. De volgende keer wil ik vanaf de start al weten wat iemands intenties zijn. Ik wil meteen al weten of ik los kan als ik iemand leuk vind. Zodat die Ferrari eindelijk echt racen mag en ik weer keihard voor iemand kan vallen. Maar dan voor de verandering niet keihard op mijn plaat.
deze blog is eerder verschenen op dedpominas.nl, hét platform voor vrouwen met ADHD.


