Mama van drie (maar je ziet er maar twee)
De voor mij zwaarste maand van het jaar is aangebroken. De maand waarop ik op 1 maart het liefste ’s avonds in bed zou stappen en het de volgende ochtend op magische wijze opeens 1 april was.
Vijftien jaar geleden, op 31 maart, overleed mijn zoon Robin. Toen hij 4,5 was. Iets wat mijn leven en de persoon die ik ben drastisch veranderd heeft. Ik heb ermee leren leven. Leren leven met het gemis, het gat in mijn hart dat nooit helemaal zal helen. Ik voel me niet meer compleet. Niet meer gelukkig zoals toen hij er nog was. Begrijp me niet verkeerd: ik bén weer gelukkig. Anders gelukkig. Met mijn mooie meiden. Ik heb goud met een dun zwart randje.
Ik kan op geen enkele manier goed beschrijven hoe het voelt om je kind te verliezen. Hoe het je verandert tot in je kern. Het is geen overweldigend allesverterend verdriet meer. Goddank niet. Ik voel het niet meer elke dag, maar op losse momenten. Als ik langs de begraafplaats fiets. Of als Emma schaterlacht. Ze heeft dezelfde lach als Robin. Dat voelt als een cadeautje. Ik denk aan hem als het roodborstje weer in mijn voortuin zit. En vooral wanneer ik hier in het dorp een brandweerauto zie, waarmee zijn kist naar de begraafplaats werd gebracht. De brandweermannen die dat voor ons en voor Robin deden, hebben voor altijd een plek in mijn hart.
Ik heb het ook als ik een traumahelikopter hoor. “Die gaat naar het dak van het ziekenhuis mama!” Ik hoor het hem in gedachten nog zeggen. Want wat hebben we die traumahelikopter vaak gezien, toen die regelmatig landde op het dak van het UMCG. Vanuit de verte zag hij hem aankomen en met glinsterende ogen bewonderde hij dat ding. Pure blijdschap op zijn snoet.
Van ziekenhuis naar ziekenhuis
Robin werd in 2006 geboren met een aangeboren darmziekte. Zó uitzonderlijk, dat hij de enige in Europa was die dat had. Heel simpel uitgelegd: hij had wel darmen, maar die deden het niet. En als je darmen niet werken, kun je dus ook niet eten. Hij kreeg voeding via een infuus. En na lang wachten kreeg hij op 3 april 2009 een darmtransplantatie. Ook al zo uitzonderlijk, want hij was pas het derde kindje in Nederland dat dit kreeg. Onze jaren waarin we vaker in het ziekenhuis waren dan thuis, zaten er na de transplantatie gelukkig op.
Vanaf zijn geboorte reed ik namelijk zeven maanden lang zo ongeveer elke dag op en neer naar Nijmegen. Mijn baan raakte ik kwijt, want het was niet te combineren met een chronisch ziek kind. Mijn wereld werd angstaanjagend klein.
Er waren ook nog opnames en een operatie in Amsterdam. We waren ongeveer elke zes weken in het ziekenhuis in Ede, want die voeding via een infuus zorgde voor infecties, meerdere malen ging het maar op het nippertje goed. En voor de transplantatie verkasten we tijdelijk naar Groningen. Zeven weken lang logeerde ik in het Ronald McDonaldhuis.
Na de transplantatie floreerde Robin. Konden we op vakantie naar Frankrijk en durfden we een nieuwe zwangerschap aan. Werd hij grote broer van Anouk. Ging hij zelfs naar school. Die transplantatie was het allemaal waard. Maar helaas is de keerzijde ervan dat je eigen afweer met medicijnen onderdrukt moet worden. Hij was pas 4,5 jaar oud, maar fysiek had hij niks in de strijd te gooien. In 4 dagen tijd kreeg hij een oorontsteking, die een gehoorgangontsteking werd, een holteontsteking en uiteindelijk een dubbele longontsteking, die hem fataal werd.
En toen was niks meer goed
Ik zal nooit van mijn leven meer vergeten dat ik meteen wist dat het foute boel was toen ik na een nachtje bijslapen thuis (met een baby van vijf maanden en drie nachten amper slaap was ik aan het eind van mijn Latijn) meteen naar het OK-complex gestuurd werd. Een arts nam me apart en vertelde me met tranen in zijn ogen en een brok in zijn keel dat ze al een geruime tijd aan het reanimeren waren. Snel werd ik naar de OK gebracht. Een blauwe deur met een rond raam. Waardoor ik een arts zag reanimeren. Die mijn kind reanimeerde. Die flatline op de monitor…. De anesthesioloog die me triest aankeek dat ze door haar opties heen was. En ik die mijn liefste mannetje een kus gaf op zijn voorhoofd en fluisterde dat hij mocht gaan. Het was goed.
Daarna was niets meer goed. Heel lang niet. De blauwe deur achtervolgde me jarenlang in mijn dromen. Maar dankzij therapie werden de nachtmerries minder en de panische angst ook. Toen ik een paar jaar geleden met Emma naar hetzelfde OK-complex moest voor een operatie aan haar oren, ging ik met trillende, klamme handen en knikkende knieën de afdeling op. Waar bleek dat er verbouwd was. De blauwe deur uit mijn nachtmerries is weg. En daarmee mijn nachtmerries goddank ook.
Ik heb er mee leren omgaan, maar in maart lukt dat niet zo goed
Ik heb met het verlies van Robin leren omgaan, maar in de maand maart lukt me dat dus even niet zo goed. Hoe dichter het bij de 31e komt, hoe zwaarder ik het krijg. Hoe harder ik mijn best moet doen om een goede moeder te zijn voor de meiden, om ze niet te veel te laten merken dat ik me van ellende verlamd voel. Of dat ik soms meteen weer mijn bed induik op het moment dat ze de deur uit zijn naar school. Er zijn in maart dagen dat het een wonder is dat ik überhaupt mijn bed uit kan komen.
Ik toon mijn verdriet heus wel. Daar is ook geen houden aan en het mag ook. Deze pijn en dit gemis hoort bij ons gezin. Het ene jaar gaat ook beter dan het andere. Maar dit jaar, dat voel ik aan alles, dit jaar wordt zwaar. 15 jaar. 15 jaar zonder mijn lieve Robin. Twintig zou hij worden en elk jaar wordt het moeilijker om me hem voor te stellen. In mijn hoofd is hij dat jochie dat 100x de film Cars keek en hem nóg niet zat was. Uren kon spelen met die Thomas-trein. Die gék was op de brandweer.
En dus die traumaheli. “Want die gaat naar het dak van het ziekenhuis mama”. Ja jochie, die vliegt naar het dak van het ziekenhuis. Kon hij maar naar jou vliegen. Dan stapte ik zonder twijfel in.



2 gedachten over “Mama van Drie”
Je bent een prachtig moment van binnen en vanbuiten dat sommige dingen wat minder makkelijk gaan in deze maand is niet zo heel gek. Laat het d’r zijn laat de tranen voor je. Het zijn ook stukjes tranen van geluk dat je dit mooie mannetje hebt mogen vasthouden en heb morgen begeleiden in de moeilijkste tijden en dagen ook van zijn leven weet een ding. Hij zou willen dat je doorgaat. Hij zou willen dat je leeft hij zou willen dat je vreugde hebt hij zou willen dat je ook je verdriet hebt uit andere belangrijkste is dat je leeft ook voor hem en volgens mij doe je dat wel dus laat deze dagen dan maar zijn zoals ze zei, want dat stukje is jouw rouw jouw liefde en je bent een top moeder
Dank je wel. Wat een lief berichtje 🫶🏻