Ik heb niet zo’n hele goede ADHD-week. Het lijkt wel of alles wat ik zeg en doe verkeerd uitpakt en ik word er moe van in mijn hoofd. Omdat ik verzand in overthinking en mijn hoofd niet meer uitkom. En dat allemaal om één klein zinnetje, dat in mijn hoofd een blunder van jewelste werd.
Het gebeurde deze week tijdens een hele toffe masterclass online schrijven die ik dinsdag volgde. Veel geleerd – en nog weinig van toegepast in deze tekst, terwijl het toch echt voor online is. Ik heb er nog even geen ruimte voor denk ik. Komt wel. Als ik in mijn hoofd klaar ben met dit akkefietje.
Als ADD'er had ik altijd een masker op
Een van mijn persoonlijke doelen sinds mijn diagnose AD(H)D is om écht mezelf te durven zijn. Dat masker dat ik al mijn hele leven draag af te durven zetten en zeggen en doen wat ik denk, voel, zonder honderd keer te bedenken of het wel is zoals ik denk dat anderen willen dat ik reageer. En dat ging bij die training dus fout. Wacht. Dat zeg ik verkeerd. Het ging niet fout, maar lekker op zijn ADD’s: kneiter impulsief. Er werd gevraagd te vertellen wat je van een bepaalde post op LinkedIn vond. Ik gaf mijn mening en die was achteraf gezien natuurlijk veel te ongenuanceerd. Ik had de dame die het schreef gekwetst. Wat ik zag als “een nietszeggende post voor het algoritme” was het voor háár een post waar ze haar ziel en zaligheid had ingestort. En poe, wat voelde ik me kut. Natuurlijk heb ik me verontschuldigd tegenover haar en uitgelegd waarom ik zo reageerde als ik deed. Maar in mijn hoofd was het leed toen al geschied. Ik ga dan in de ‘o nee, zie je wel! Dan bén ik echt mezelf en dan doe ik dit!! En vinden anderen mij niet leuk genoeg’ paniekstand in mijn hoofd. En waar de dame waarschijnlijk ‘s avonds bij het eten tegen haar man klaagde over die trut met die kutopmerking en het daarna (hoop ik) weer vergeten is, heb ik er vier dagen later nog steeds last van. Ik kon de eerste avond niet slapen van de slechte gedachtes over mezelf. Omdat ik helemaal eigenhandig, door slechts één klein zinnetje een beeld van mezelf geschetst heb, dat niet klopt. En als ik érgens niet tegen kan, dan is het wel als mensen een beeld van mij hebben dat niet klopt.
Zie je wel dat ik wél genoeg ben?
Ik wéét dat het een ADHdingetje is waar ik best veel (lees: ontiegelijk veel) last van heb. Ik wil dan goedmaken wat ik verkeerd gezegd of gedaan heb. En ga meestal overcompenseren. om dat verkeerde beeld te herstellen. Alles op alles zetten om dat voor elkaar te krijgen. ‘Zie je wel dat ik helemaal geen kutwijf ben?’ ‘Zie je wel dat ik dit heus wel kan?’ Maar eigenlijk is wat ik zeg ‘Zie je wel dat ik wél goed/leuk genoeg ben?’
En daar had mijn brein de rest van de week zo haar gedachtes over. Die niet te stoppen waren, want na tig uur was mijn hoofd natuurlijk nog niet uitgedacht en ging ik vrolijk in cirkeltjes rond en rond en rond en rond. Nog een ADHDingetje van mij. Loslaten. Kan ik niet. Of niet, niet…. ik kan het pas veel later dan iemand anders. En dat is oké, maar meestal is het ronduit irritant.
Ik dwaal af. Die gedachtes die maar rond blijven gaan. Waarom vind ik het toch zo belangrijk dat mensen een beeld van mij hebben dat klopt? Waarom lig ik ‘s nachts wakker van één opmerking tegen iemand die ik zeer waarschijnlijk nooit van mijn leven meer ga zien? Waarom hamer ik toch zo op dat ‘zie je wel dat ik wél goed genoeg ben?’ Ik weet het niet. En zelfs na een paar dagen nadenken weet ik het nog steeds niet.
Het is heel moeilijk om dat ADD-masker af te zetten
Wat ik wél weet inmiddels, is dat ik het om deze reden dus echt heel erg moeilijk vind om mijn ADD masker af te zetten. Om mezelf te durven zijn. Door de reacties op mijn acties. Als ik eindelijk durf te zeggen wat ik vind, zonder er eerst oeverloos over nagedacht te hebben, kwets ik dus mensen. Als ik dan eindelijk eens een avondje de teugels loslaat en dronken word (wat in mijn hele leven dus maar vier keer is voorgekomen), doe ik dingen waardoor een vriendschap verpest is. Als ik écht mezelf ben, dan vinden mensen mij niet leuk.
En daarom zette ik dus eerder altijd dat masker weer op. Om te voldoen aan de eisen. Maar echt. Ik. Wil. Dat. Niet. Meer. Ik wil mezelf kunnen zijn. Écht mezelf. Want ik bén goed genoeg. Ook als ik per ongeluk mensen kwets. Ook als ik eens iets doms doe in een impulsieve bui. Of als ik dronken ben. En óók als ik mijn eigen keuzes maak terwijl anderen het daar niet mee eens zijn. Maar jemig mensen, wat is dat ontzettend moeilijk!
Gelukkig ben ik eigenwijzer dan mijn eigen brein. Want dit gaat me gewoon lukken. Ik ga mezelf kunnen zijn. Hoe dan ook. Met gestrekt been het duel in, ongenuanceerd, soms misschien onbedoeld iemand kwetsend. Niet iedereen hoeft mij leuk te vinden. Ik vind zelf ook niet iedereen leuk. Niet iedereen zal een goed beeld van mij hebben. Vooral niet als ze mij eigenlijk totaal niet kennen. Dat zij dan maar zo.
Ik hou mijn masker af. Wat het ook kost
I said it. Het zij dan maar zo.
Nu alleen nog even ontdekken hoe ik dat dan daadwerkelijk ga doen. Dat masker écht af, zonder dat ik me dan druk maak om de mening van anderen. Dat ik kan loslaten. Tips anyone? Want ik heb echt geen flauw idee hoe ik dit voor elkaar moet boksen.